Home » Vanderhenst » Widdet nog » Widdet nog – schoolgaan

Widdet nog – schoolgaan

bron : “Widde’t nog van toen” van René Vanderhenst

Toen ik vier werd bracht moeder me naar de bewaarschool op het klooster. Mère Franswa leerde ons, zo’n bende van vijftig, een kruisje maken, handjes vouwen, weefmatjes vlechten en een slaapje doen in de namiddag. In ’t tweede jaar bereidde Mère Anna ons voor op de eerste communie: knielen, handen vouwen, tong uitsteken, verder… en we staken de tong uit zo ver en zo lang dat we pijn kregen in de kaken.
De eerste ernstige stap op de weg naar deugd en kennis zetten we in de school van de Schuttersboom. De schoolweek liep van maandag tot zaterdag met enkel donderdagnamiddag vrijaf. Madam Verkammen, een statige dame, en meester Mallants, een sportieve jongeman, leerden ons lezen en rekenen. Een boekentas kenden we niet, er was ook niets om erin te steken. We schreven met de griffel op de lei, hadden een leesboekje a, b, c enz., één schriftje, ook een pen en een potlood. Ha die pen! Het was een rood houten staafje en voor, in een metalen gleuf, paste de ballonpen. Menslief, die pen met haar lange, scherpe benen speelde ons perten op de moeilijke weg van de kalligrafie! Ze brak gemakkelijk. Ze spatte vlekjes en besmeurde onze naarstige vingers. In onze vierpersonenbank zaten twee inktpotten die regelmatig bijgevuld werden. Een van mijn geliefde souvenirs van toen is nog de aarden kruik waarin het toenmalige schoolhoofd, meester Houbard, met water en poeder de inkt brouwde voor alle klassen.

OverpeltSchuttersboom2

Meester Hendriks leerde ons op het derde leerjaar het vaderland verkennen en ook voordragen. Wie van ons weet het niet meer van “’t Zijn droeve tijden als d’oorlog woedt, als mensen men slacht gelijk dieren!” Dit meesterstuk, gekruid met de nodige mimiek en gebaren, heeft menige ouderlijke traan doen vloeien op familie- en buurtfeestjes.
En dan meester Peeten, de man die kon vertellen. Roerloos, ademloos konden we luisteren. Ik zie Habakuk nog, door de engel aan de haren gegrepen, door de lucht zoeven op weg naar de leeuwekuil om Daniël te bevoorraden. Ik hoor nog de zeven Maccabeesche broeders sissen in de kookpan en “Lompe Toon en Sterke Jan” zijn nog levende personen voor mij.

Dat schooltje op de Schuttersboom was iets speciaals. De speelplaats was rondom beveiligd dooreen reeks scherpgepunte palen een beetje op een grote ren voor wilde dieren. Hoeveel broeken zijn er niet gescheurd aan die scherpe punten en hoeveel schrammen hebben wij er niet aan overgehouden? De klassen lagen in de schaduw van zes stoere linden. Bij zomertijd speelden we daar “kermis” met als betaalmiddel “huven” of dekseltjes van flessen. De klaslokalen waren oud en ongezellig, maar… ze hadden een ruime zolder, een echt mussen-paradijs. De kloeksten onder ons durfden, op de vrije donderdagnamiddag en onder het verlof, wel eens langs het afdak omhoog klimmen om door het open vensterke daarboven de zolder te verkennen. Menige mus miste bij haar thuiskomst, na een avontuurlijk tochtje in de omgeving, haar eieren of haar jongskes. Ik weet nog dat meester Hendriks, ’s morgens bij betreden van de klas, twee grote gaten zag gapen in het plafond.
Alice Nahon schreef zo mooi over de kinderen van de Soetewcy:
Ze trekken ter schole te halver acht.
Het dorpje ligt ver van de stee.
en…
Klikker de klakker, zo kloefren de rijen
op klompen voorbij op de grauwe kasseien.

De dichteres had even goed “de kinderen van Pelt” kunnen schrijven. Onze makkers kwamen op klompen van ’t planken dorp, van ’t Heeserke en van de verre Hei, tweemaal daags, heen en terug. Bij voorjaar en zomertijd viel dat wel mee; al rennend achter “de ring”, een oud fietswiel, werd de afstand al spelend overwonnen. Maar als het winterde werd het een barre tocht. Natte voeten en doorweekte klederen deden verlangen naar een stevige schep hete as in de klompen en de warmte van de loeiende buiskachel. Wel diene vermeld dat het schoollopen langs stille en verre wegen volop gelegenheid schiep om stiekem een halve dag heggeschool te houden.
Na het vierde jaar eindigde onze Schutterboomse schoolperiode en we trokken naar de grote school in ’t dorp, de plaats waar nu ons gemeentehuis pronkt. Er waren daar twee grote lokalen en een schoolhuis, bewoond door meester Houbard. Dit gebouw dateerde uit de tijd rond 1880, getuigenis van de liberale schoolstrijd. De speelplaats, omheind door ijzeren grillen, lag naast de Dorpsstraat, voor ’t oude marktplein en tegenover brouwerij Kerkhofs. Meester Bullen, de dirigent van onze fanfare “Nut en Vermaak”, bracht ons de nodige kennis bij van taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis en hij trachtte ook vruchteloos onze muzikale gevoelens op te wekken door de mooie klanken van zijn viool.
En dan kwam de bekroning: de vierde graad bij meester Houbard, de bovenmeester, ja, zelfs wat naschools Frans voor hen die de grote wereld der wetenschap wilden instappen! Het aantal schoolverlaters voor veertien jaar lag erg aan de lage kant; de burgerijkinderen liepen college te Neerpelt, anderen, die al vroeg een geestelijke roeping voelden, naar paters- of broederscholen. Voor de meeste van ons was na de vierde graad de nodige kennis voor ’t leven verworven en wachtte de fabriek of de boerderij. Vaarwel, heerlijke schooltijd!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: